PAUL chirurgie voor de behandeling van mediaal compartiment syndroom elleboog

Het meest voorkomend probleem thv de ellebogen bij jonge honden is LPC (Losse Processus Coronoïdeus). Het coronoïd kan los (gefragmenteerd) zitten of er kan een fissuur aanwezig zijn. De diagnose wordt meestal via een klinisch onderzoek en radiografieën gesteld.
Tijdens het klinisch onderzoek kan er duidelijk pijn uitgelokt worden bij extensie en exorotatie van de elleboog. De radiografische diagnose kan makkelijk zijn bij gefragmenteerde coronoïden maar soms erg subtiel bij coronoïden met een fissuur.
Osteo-arthrotische veranderingen, zeker bij een jonge patiënt, worden pathognomisch beschouwd voor een LPC.
Deze veranderingen worden, bij losse coronoïden, duidelijk radiografisch gezien zelfs bij erg jonge honden (7 maanden) . Ze bestaan uit periostale veranderingen op de dorsale anconeus en thv het cornoïd mediaal.
Echter wanneer we enkel een fissuur hebben, zien we soms enkel een osteosclerotische spot thv het coronoïd.

Twee voorbeelden van radiografische diagnose:

 

Osteo-arthrotisch gewricht Osteosclerotische spot thv coronoïd

 

Een CT scan is zeer hulpvol om deze coronoïden zichtbaar te maken. Bij twijfel, bv. een minimale coronoïd spot of bij het vermoeden van een bilateraal probleem, kan CT een oplossing bieden. Ook fissuren kunnen hiermee duidelijk zichtbaar gemaakt worden.

 

                  Coronoïd met fissuur                Gefragmenteerde coronoïd

           

           

 

De belangrijkste behandeling van deze ellebogen is het arthroscopisch verwijderen van het coronoïd fragment. Tijdens deze arthroscopie wordt het gewricht verder geïnspecteerd op andere afwijkingen: graad van osteo-arthrose, kraakbeenletsels (OCD) en aanwezigheid van het mediaal compartiment syndroom.

Het mediaal compartiment syndroom ontstaat door een standafwijking. We krijgen een compressie van het mediaal gewrichtsdeel en een ontlasting van het laterale gewrichtsdeel (incongruent gewricht). Door deze mediale drukverhoging verdwijnt het kraakbeen in deze zone.

 

               

 

Het mediaal compartiment syndroom zien we vnl bij de Labrador en de Golden Retriever. Daarnaast zijn de Duitse Herder, Rottweiler, Berner Sennenhond en Stafford ook kanshebbers.

Bij het mediaal compartiment syndroom zien we dus een verlies van het kraakbeen in het mediaal deel van het gewricht. Deze aantasting kan verschillen in uitgebreidheid: enkel de mediale humeruscondyl en de ulna of mediale humeruscondyl + ulna + radiuskop. De laatste is de minst gunstige vorm. Mediaal compartiment syndroom kan vermoed worden op een cranio-caudale RX of na CT. We zien dat de mediale gewrichtsspleet beduidend nauwer is dan de laterale. Bewijs heb je echter enkel na arthroscopie waarbij je het subchondrale bot mediaal ziet vrij liggen.

 

       Arthroscopisch beeld
 

 

De aanwezigheid van het vrije subchondrale bot kan de prognose beïnvloeden.Een aantal van deze patiënten blijven na de arthroscopische behandeling (verwijderen LPC) dan ook manken. Wanneer de radiuskop niet aangetast is dan kunnen deze ellebogen chirurgisch gecorrigeerd worden. Naast de SHO (correctie van de humerus(sliding humeral osteotomie)) heb je de PAUL (correctie stand ulna (Proximal abducting ulnar osteotomie)). Het is deze laatste techniek die wij binnen Dierenkliniek Orion uitvoeren.

Na een PAUL chirurgie wordt de stand gecorrigeerd dmv een proximale ulna osteotomie en kanteling waardoor we een gelijke belasting krijgen van zowel het mediale als het laterale gewrichtsdeel (zie tekening hieronder).

 

        Dynamisch model (KYON)                Modellen (KYON)

  

     

 

Uit een klinisch onderzoek (Aldo Vezzoni Dipl. ECVS) komen de volgende conclusies:

  • De beste resultaten hebben we bij chirurgie onder 3 jarige leeftijd. Boven de 7 jaar worden de resultaten minder gunstig.
  • Gevallen met erge osteo-arthrose, aantasting van de radius kop en gecombineerde laterale en mediale aantasting worden best niet behandeld met deze techniek. Deze gevallen komen eerder in aanmerking voor een prothese.
  • De resultaten na chirurgie zijn: 26% excellent, 52% beduidend minder mank, 16% even mank, 5 % meer mank. Het overal resultaat is dus een beter klinisch resultaat bij 88% van deze gevallen.

Andere opties om deze patiënten te behandelen, zijn gelokaliseerde prothesen thv het mediale coronoïd (CUE system) of Totale Elleboog Prothese (VB TATE Prothese). De PAUL chirurgie geeft echter een ethiologische behandeling nl. het ontlasten van het mediaal compartiment. Dit wordt niet verkregen door een lokale prothese. Voor eindstadium osteo-arthrose patiënten (vnl > 7 jaar) zou een totale elleboog prothese de beste optie zijn. De complicatiegraad (loslating) van deze techniek is op dit moment echter nog erg hoog.

Tags: 
Orthopedie

Contact

 
Voortkapelseweg 102
2200 Herentals
 
014 26 11 00
 
Elke werkdag van 8u00 - 19u00
Bereikbaar voor spoedgevallen
© Copyright Orion - disclaimer
website by artissoft